Twee krachten: één winnaar
Leestijd 2 minuten
Een artikel van AI-CEO Matt Shumer werd deze week meer dan 80 miljoen keer gelezen. Zijn boodschap: de AI versnelling is medogenloos begonnen. Ik las het en dacht meteen aan iets anders. Alles wordt goedkoper om te maken. Toch hou je jaar na jaar minder over. Twee krachten trekken aan je koopkracht. Eén ervan kun je niet stoppen. De andere wel.
Wat gebeurt er als een onstopbare kracht botst op een onbeweegbaar object?
Matt Shumer, CEO van een belangrijke AI-startup, schreef afgelopen week een artikel dat ik niet kon negeren. Zijn boodschap is direct: de meeste mensen zitten nog in de ‘dit valt wel mee’ fase. Maar het valt niet meer mee. AI schrijft al code voor betere AI. De feedbackloop versnelt maand op maand. En de meeste mensen hebben nog geen idee hoe snel het al gaat.
De kracht die vooruitgang opslokt
Technologie is deflationair. Alles wat het aanraakt wordt goedkoper, beter en sneller. Dat is altijd zo geweest — en met AI versnelt dit nu ongekend.
Maar er is een tegengestelde kracht. Het eurosysteem is inflationair van ontwerp. Wat betekent dat? Centrale banken creëren voortdurend nieuw geld door leningen uit te geven. Meer geld in omloop, achter dezelfde — of zelfs goedkopere — producten, betekent dat de prijs van alles stijgt. Ga maar na: productiviteit stijgt al decennia. Toch wordt alles jaar na jaar duurder. Elke efficiency-winst die technologie oplevert, wordt opgeslokt door nieuw gecreëerd geld.
De onstopbare kracht
AI versnelt dit probleem. Banen verdwijnen. Meer mensen komen in de WW en bijstand — hogere overheidsuitgaven. Tegelijk dalen prijzen door technologie, dus minder btw-inkomsten. Overheden komen klem te zitten tussen stijgende uitgaven en dalende inkomsten. De enige electoraal verkiesbare uitweg? Meer lenen. Meer bijdrukken. Dit is niet te stoppen.
Het onbeweegbare object
Je wilt iets bewaren wat zijn waarde houdt. Wat zijn de eisen? Het aanbod moet beperkt zijn. Niemand mag er zomaar meer van maken. En het moet buiten het bereik liggen van overheden die de monetaire kraan opendraaien. Ga maar na, bestaat zoiets?
Bitcoin: 21 miljoen, nooit meer. Niet inflationair, maar deflationair van ontwerp.
Hier zit de kern. Terwijl het aanbod euro’s blijft groeien, blijft het aanbod Bitcoin gelijk. Terwijl AI exponentieel meer producten en diensten goedkoper maakt, stijgt de koopkracht van schaarse assets. In Bitcoin-termen wordt op lange termijn de wereld structureel goedkoper. Zie je wat er gebeurt?
Conclusie
Een onstopbare kracht (technologie die prijzen omlaag duwt), botst op een onbeweegbaar object (maximaal 21 miljoen Bitcoin). Zolang het netwerk veilig en decentraal blijft, verandert die schaarste nooit.
Technologie maakt de wereld goedkoper. Het fiat systeem slokt die vooruitgang op. Bitcoin niet. Wie dat begrijpt, weet wat hij moet doen.
Verder verdiepen? Jeff Booth schreef er een geweldig boek over: The Price of Tomorrow. Ik raad het aan iedereen die serieus nadenkt over waar we naartoe gaan.
Niek
Zekerheid en rust rondom je Bitcoin-bezit
